Vandaag kunnen jullie kennis maken met Marion: zij zal af en toe een gastartikel schrijven over haar ervaringen met suikervrij leven. In het dagelijks leven houdt ze zich heel veel bezig met het schrijven en herschrijven van teksten. Daarnaast is ze graag bezig met gezond, verantwoord (en betaalbaar) eten.

Heel veel leesplezier!

HR

Als ik over mijn verdieping loop, ruik ik opeens super lekkere geuren. Van eten, dat kan niet missen. De kantine zit 8 verdiepingen lager, dus die kan het bijna niet zijn.Foto bij bio blij zonder suiker
Ik kijk om me heen en vind de bron van de geur.
Mijn collega T. eet uit een bak. Een zelf meegenomen kliekje, een super lekker ruikend kliekje.
Ik steek mijn hoofd om de hoek: “Het ruikt zalig! Wat eet je, als ik vragen mag?”
“Left overs van gisteren,” is het antwoord van mijn collega, “Boerenkool, gehakt, een paprikaatje, een uitje, wat kerrie en kurkuma”. Ik trek een beteuterd gezicht.
“Ik ben niet zo’n fan van boerenkool.”
“Boerenkool moet je ook niet stuk koken!” roept mijn collega uit, “Dat is niet lekker. Een paar minuutjes roerbakken is voldoende.”
Mijn collega T. vertelt het recept in een stappenplan. Het klinkt makkelijk en het ruikt overheerlijk. Dus ik neem me voor het uit te proberen.
’s Middags als ik de lift in stap op weg naar huis, vertelt mijn collega T. het nog eens aan een andere collega.
Sneller dan ik dacht besloot ik het recept uit te proberen. Iets met 2 voor de prijs van 1 of zo.
Na ‘een paar’ minuutjes besluit ik de boerenkool in de pan nog even te laten zitten.
Het moet dan niet stuk gekookt, maar wel gaar zijn…
Jammer genoeg ruikt het bij mij nog helemaal niet zo lekker als bij mijn collega. Ik besluit een ‘innerlijke roep’ om foelie te volgen. Slechte keus als ik de ‘A-ha Erlebnis’ heb dat foelie eigenlijk een soort van nootmuskaat is.
Ik besluit het gerecht toch te serveren. We kunnen altijd nog naar de friettent houd ik mezelf voor.

Boerenkool

Mijn lief kijkt bedenkelijk als hij kauwt. Ik besluit mezelf maar gelijk voor de leeuwen te gooien.
“Wat vind je ervan?“ vraag ik.
“Mwah, ik hoef niet per se een tweede keer op te scheppen,” zegt mijn vriend E. “Wat vind je er zelf van?”
“Ja, ik snap wat je zegt.” Ik kijk sip, “weggooien, vind ik ook zo zonde.”
“Als het niet lekker is, eten we toch gewoon iets anders?”

Ik denk na… Over gerechten de rest van de week. Er staat nog pasta op het menu…
“Wat als ik dit nou door de pastasaus gooi?” vraag ik aan mijn lief.
“Je kunt het proberen.”
“Anders gooien we het alsnog weg,” zeg ik.

Zo gezegd, zo gedaan.
De volgende dag besluit ik geheel modern, mijn keuken te voorzien van rode tomatenspetters.
En vervolgens gooi ik de tomatensaus bij het kliekje. Pasta koken, nog wat extra kruiden erdoor…
Mijn lief is dol op pasta, maar ook vandaag schept hij geen 2e keer op .

“Wat zal ik doen met de overige 1,5 zak boerenkool,” vraag ik hem.

Pastasaus
“You are in charge of the food,” gebruikt hij zijn lijfspreuk nog maar eens.
Ik zucht diep… Weggooien vind ik niets.
“Misschien kunnen we vragen of je moeder het wil.”
Er ontstaat toch een nieuw kliekje van de pasta, met de boerenkooltomatensaus.

Een paar dagen later, ben ik maar wat blij als dat er nog staat als ik terug kom van een lange dag met afspraken.

Het weekend breekt aan, tijd om boodschappen te doen.
In gedachten ga ik na wat er nog in de voorraadkast en vriezer ligt.
In een kookboek zoek ik opnieuw een recept met boerenkool op…

Want wat de boer niet kent…
Gooien we hier niet weg 😉


Bron foto: Taste.com.au

 

Print Friendly