Als je me op Instagram of Twitter volgt, dan weet je het misschien al. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik heb overwogen om dit niet ‘openbaar’ te maken. Maar ik wil juist dit proces wat ik doormaak delen. Ook (en misschien juist wel vooral) op mijn blog. Want ik ben lang niet de enige die hier mee worstelt. Ja, ergens schaam ik me een beetje dat me dit is overkomen. Maar daarom juist! Daarom wil ik er geen geheim van maken. Ik hoop ook dat het van me afschrijven een beetje therapeutisch zal werken. Wellicht is dit artikel wat minder samenhangend dan je normaal van me gewend bent. Dit is het beste wat er nu uit mijn vingers komt. Waar ik het in hemelsnaam over heb? Ik zit helaas nu anderhalve week thuis met een burn-out.

Iedereen om me heen zag het aankomen. Ik zelf ook, maar wilde het niet geloven. Ik was toch altijd in staat om alle ballen in de lucht te houden? Die streefde naar perfectie, ook al is dat niet haalbaar? Twee weken geleden liet mijn lichaam me compleet in de steek. Het was een hel. Ik ben op mijn allerziekste moment tóch nog gaan werken. Ik kwam binnen en mijn collega keek me aan en zei “Wendy, dit was echt niet nodig, blijf toch thuis.” Ik had gewoon echt de drang om gewoon te gaan werken: als ik maar hard zou doorwerken, dan zou ik me vast beter gaan voelen. Het feit dat ik geen dag door kwam zonder in huilen uit te barsten – ook op mijn werk – dat verdrong ik. Ook merkte ik dat ik me niet heel lang meer kon concentreren en ik was snel afgeleid. Mijn geheugen was gewoon echt een vergiet: zonder Post-it’s kon ik niks onthouden. Ook namen negatieve/depressieve gedachten de overhand. Ik moest huilen om niks, kreeg paniekaanvallen en zweetaanvallen en had allerlei andere lichamelijke klachten die steeds erger werden. Terwijl ik eigenlijk het glas graag als half vol zie, was het de laatste maanden toch echt half leeg.

toptal-blog-image-1441171922326-685051b024401819676afd8ac1394f1d

Ik heb het geluk dat ik in een heel echt team werk en zij zagen ook echt wel dat het niet goed ging. Daar kwam ik weer aan, met rode ogen van het huilen en dat lachte ik uiteraard weg. Want dat kan ik goed! Als iemand me vroeg hoe het met me ging, dan was mijn antwoord steevast ‘goed’. Ik wist dondersgoed dat dat een grote leugen was, maar wat moet je dan? Zeggen dat het kut gaat? Daar zit toch niemand op te wachten?

Die laatste dag op mijn werk was een hel. Ik kan me de helft niet eens meer herinneren. Wat ik me wel kan herinneren is dat ik om half 3 naar huis ging omdat het niet meer ging. Ik was kotsmisselijk (de nacht ervoor heb ik een paar uur op het toilet gebivakkeerd..) en ik had nog geen 500 meter gereden toen er een vlaag van misselijkheid over me heen kwam. Ik moest de auto aan de kant zetten en alles kwam er uit. In de berm. Op het industrieterrein. Ik had die ochtend al een paniekaanval gehad met hyperventilatie (ook dat wuifde ik weg) en nu kreeg ik er weer eentje. Ik kon niet meer stoppen met huilen en voelde me zwaar kut (dat is nog licht uitgedrukt). Alsof mijn lichaam gewoon opgaf en me vertelde “Stop, zo kan het echt niet meer.” Dat weekend heb ik huilend in bed doorgebracht. Ik voelde me waardeloos, nutteloos en een aansteller. Die maandag kon ik gelukkig terecht bij mijn huisarts.

Mijn huisarts vertelde me de verlossende woorden: je bent overspannen. Daar zat ik dan. Met een bloeddruk van 180/100, zweethanden, hart in m’n keel en mijn hoofd die – zoals altijd – niet kon stoppen met piekeren. Ik kan toch niet zomaar thuis blijven? Dan stort alles in, dan loopt alles in de soep! Mijn huisarts zei op dat moment: ‘Wendy, iedereen is vervangbaar. Ook jij.’ Dat kwam hard binnen. Die week thuis was allesbehalve fijn. Ik had moeite met werk loslaten (hallo controlfreak!) en voelde me vooral heel erg schuldig naar mijn collega’s. Want wat moeten zij wel niet van me denken? Een softie die thuisblijft omdat het even niet gaat? Dat soort negatieve gedachten beheersten mijn week. En dat terwijl ik echt wel weet dat ik me niet aanstel. Dat dit een optelsom van meerdere factoren is en dat ik me de laatste maanden te veel en te hard op het werk gestort heb, zonder echt te kijken naar hoe het met me ging.

Afgelopen maandag had ik weer een afspraak met mijn huisarts om te kijken hoe het ging na een week thuis. Ik vertelde eerlijk hoe ik me voelde en wat voor effect bepaalde dingen op me hebben. Toen gaf hij aan: Wendy, je hebt een burn-out. Dat kwam als een klap. “Hoezo een burn-out? Ik ben toch alleen maar overspannen?” Ik merk dat ik moeite heb met deze ‘diagnose’. Want hier was ik altijd bang voor. Ik heb 11 jaar een eigen onderneming gehad en vaak op het randje gestaan, maar door wilskracht altijd mezelf er weer bovenop geholpen. Maar, dat werkt deze keer niet. Dat merk ik aan alles. Mijn wilskracht is weg, alles lijkt volledig lamgeslagen te zijn. En dat moet ik accepteren. En dat is moeilijk. Want toegeven dat het teveel is en dat je hulp nodig hebt, dat is iets waar ik nooit goed in ben geweest. 

burnout-1

Maar nu is de reis naar herstel begonnen. Al voelt het nu vooral nog zwaar kut en ben ik doodmoe. Van alles. Alles van het afgelopen jaar. Ik zal de komende tijd  – in mijn eigen tempo – updates plaatsen over hoe het nu gaat. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik een heel fijn vangnet heb van familie, vrienden en collega’s. En ik heb het liefste vriendje van de hele wereld, met zijn eindeloze geduld als ik weer eens moet huilen om niks en die precies de juiste lieve dingen weet te zeggen zodat ik weer kalmeer. Dankjewel lieverd ♥

liefs

 

Print Friendly